Cryptorchidie

Het is het afwezig zijn van een of twee van de testikels in het scrotum.
De zaadballen(testikels) bevinden zich dan dus niet in de balzak (het scrotum).
Men spreekt van unilaterale cryptorchidie als slechts een bal afwezig is en van bilaterale cryptorchidie als beide ballen afwezig zijn.

Voorbeeld bij een mens maar hierbij is het wel duidelijk een voorbeeld van Cryptorchidiete zien.

Hoe komt het?
Tijdens de ontwikkeling van het embryo ontstaat de eerste aanleg van de testikels vlak bij de nier, diep weg in de buikholte bijna tegen de rug aan.In de loop van de ontwikkeling van embryo naar foetus naar pasgeboren pup zakt de testikel naar de buikwand, en via het lieskanaal komt hij tenslotte in de balzak of wel het scrotum terecht (buiten de buikholte).
Er zijn twee lieskanalen, een links en een rechts.Het scrotum bestaat uit twee met elkaar vergroeide zakjes (een links en een rechts).Een periode vlak voor de geboorte tot enige tijd erna kan de testikel heen en weer jojoen door het lieskanaal naar het scrotum en weer terug de buikholte in.
Op een gegeven moment na geboorte te sluit het lieskanaal en bevindt de bal zich in de balzak en kan hij niet meer terug de buikholte in.Dat is de normale ontwikkeling.In enkele gevallen blijft het lieskanaal te groot en kan de testis heen en weer van scrotum naar de buikholte.Dit is onvolledige cryptorchidie.In andere gevallen komt de bal niet in de balzak maar blijft in de buikholte.Dan spreken we van cryptorchidie. (Verborgen zaadbal)

Is het erg?
In eerste instantie is het niet erg voor het dier zelf, hoewel op latere leeftijd een testikel in de buikholte problemen kan geven door ontsteking, afwijkende hormoonproductie of tumorvorming.
Voor de fok is het wel erg een reu met een dergelijke testikel kan minder vruchtbaar zijn, waarbij ook afwijkend zaad gevormd kan worden. Door het afwijkende zaad kunnen afwijkende jongen geboren worden.
Daarnaast is de aandoening zelf erfelijk bepaald en kunnen er nakomelingen van komen die de aandoening in meer of mindere mate bij zich dragen. Op de leeftijd van uiterlijk 6 maanden is definitief vast te stellen of de hond cryptorch is of niet.
Op de leeftijd van 6 a 7 weken kan men voor het eerst iets waarnemen over de gesteldheid van de ontwikkeling.
Een eventuele schijnbare chryptorchidie op die leeftijd kan echter een enkele keer nog goedkomen.

De erfelijkheid in het kort:
Het proces van afdaling van de testikel en sluiting van het lieskanaal wordt door vele genen gestuurd.
Het exacte aantal genen dat bijdraagt is niet bekend.
Elk gen bestaat uit 2 allelen.
Het ene allel komt van de moeder en de andere van de vader.
Een allel kan in twee of meer varianten voorkomen.
Een variant kan of wel een positieve bijdrage leveren of geen invloed hebben ofwel een negatieve.
Indien een pup gevormd wordt is het niet bekend welk allel van wie komt (de vader of de moeder) ook is er geen invloed op uit te oefenen.Daarnaast is het nog niet mogelijk het foute allel aan te wijzen. Echter als we aan het uiterlijk van de hond kunnen waarnemen dat er foute allelen zijn in de hond dan weten we dat door met deze hond te fokken we het aantal foute allelen in de hele groep (populatie) doen toenemen. Zelfs als de nakomeling de afwijking niet laat zien is de kans groot dat er wel een aantal afwijkende allelen in aanwezig zijn. Door te fokken met een hond met een niet ingedaalde testikel neemt dus het aantal van dit soort patienten toe ofwel meteen in de eerste generatie ofwel in de latere generaties.

Het zou verstandig zijn om de vader en moeder die een dergelijke hond voort brengt niet meer jongen te laten voortbrengen.
Maar die afweging hangt ook af van de rest van de eigenschappen van de honden.
Het is in elk geval aan te raden om dezelfde combinatie niet te herhalen.

1,5 week na de cryptorchidie operatie (gelijk castratie) van onze reu Storm.